Onverdraaglijke rust (2)

We zeggen dat we verlangen naar rust. Maar zodra het stil wordt, vullen we die stilte vaak direct weer op. Met werk. Een scherm. Beweging. Alsof rust iets ongemakkelijks is geworden.

 

Waarom verdragen we rust toch zo slecht?, vraagt psychiater en filosoof Damiaan Denys zich af in een NRC-column. Zijn analyse raakt mijn dagelijkse bevindingen in mijn haptonomiepraktijk.

 

Denys’ vraag is scherper dan het lijkt. Want het gaat verder dan persoonlijke keuzes of gebrek aan wilskracht. Onze samenleving zet mensen structureel aan tot versnelling; economisch, technologisch, cultureel. Vertragen gaat tegen de stroom in. Wie dat probeert, merkt al snel dat de omgeving blijft vragen om meer, sneller en zichtbaarder.

Weggestopt ongemak

In mijn praktijk zie ik wat dat met mensen doet. Ze willen best rust, maar vertragen maakt iets voelbaar wat tijdens de drukte buiten beeld bleef.

 

Verdriet. Vermoeidheid. Gemis. Twijfel.

 

Een lichaam laat zich uiteindelijk niet eindeloos negeren. Het protesteert subtiel. Slechter slapen. Korter lontje. Minder kunnen genieten. Altijd ‘aan’ staan, maar steeds verder verwijderd raken van jezelf.

Medische taal

Denys wijst op iets wat het reguliere zorgsysteem nijpend raakt: de vraag is maatschappelijk, maar het aanbod is medisch. Uitputting wordt depressie. Vervreemding wordt angst. Overprikkeling wordt ADHD. Artsen plakken geen diagnoses om het plakken, maar een andere taal is er simpelweg nog niet. Mensen krijgen pas toegang tot hulp als hun lijden in medische termen is geformuleerd.

Ervaringstaal

Binnen de haptonomie werken we anders. We kijken naar wat iemand ervaart, voorbij wat iemand denkt. Je kunt rationeel weten dat je rust nodig hebt, terwijl je lijf ondertussen gespannen blijft alsof er gevaar dreigt. Haptonomie biedt geen diagnose en geen protocol,  wel een taal. Een taal van het lichaam, van wat iemand voelt vóórdat er een stoornis voor nodig is.

Herstel begint eerder

Misschien is dat wel de paradox van deze tijd: we zijn steeds beter geworden in functioneren, maar raken het contact met onszelf steeds makkelijker kwijt. En het systeem om ons heen versterkt dat. Het herkent ons lijden pas als het groot genoeg is om te classificeren. Maar herstel begint zelden daar.

 

Het begint bij iets veel menselijkers: het echte gesprek. Het gesprek waarin iemand zich mag laten zien. Waar ruimte ontstaat voor wat werkelijk gevoeld wordt, zonder dat het direct opgelost hoeft te worden.

 

Rust is dan geen pauze meer. Rust wordt een ontmoeting. En misschien is dat precies waarom het soms zo onverdraaglijk voelt. Niet omdat er niets is, maar omdat er juist zoveel te voelen valt.